|
**21 en 23 Oktober 2026 20% kennismaking korting !** 1. Het viooltjesflesje Mijn eerste parfum kreeg ik toen ik vier was. Een klein rond flesje met viooltjes. Ik heb het nog steeds. Achtenvijftig jaar later ruikt het exact hetzelfde. Zodra ik het open, gebeurt er iets vreemds: niet alleen de geur keert terug, maar ook ik! Dezelfde Jeanette van toen staat ineens weer in mij op. Alsof geur geen herinnering is, maar een doorgang. Een directe route door de tijd. Er bestaat een kennis die niet wordt geleerd, maar herkend. In planten. In harsen. In het kneuzen van bladeren tussen de handen, waarbij geur vrijkomt als een signaal, niet als een bijproduct. Ik begon te verzamelen wat zich aandiende. Niet als objecten, maar als dragers. Vers gemaaid gras. Eucalyptus. Rozemarijn. Lindebloesem. Kamperfoelie. Hooi Stoffen die reageren op het lichaam alsof zij het lichaam al kennen. 2. Geurlandschappen Eigenlijk heb ik mijn hele leven geuren meegenomen van reizen. Andere mensen namen stenen, ansichtkaarten of souvenirs mee; ik kwam thuis met landschappen in flesjes, potjes, zakjes en stukjes hars. Geuren uit andere culturen, klimaten en biotopen — geurlandschappen misschien. Zo ontstond door de jaren heen een geurkaart van de wereld: copal en cacao uit Guatemala en Mexico; kruidnagel, nootmuskaat, patchouli en tropische bloemen uit Indonesië, van Irian Jaya tot Java en Bali; citrus, citroengras en aromatische kruiden uit Thailand; jasmijn, roos, saffraan, sandelhout, lotus, mitti en attars uit Noord- en Zuid-India; harsen, ceder en jeneverbes uit de Himalaya. Lavendel, iris en parfumerie uit Frankrijk; bergamot, citrus en kruiden uit Italië; amber, oranjebloesem, munt en ceder uit Marokko. Ook noordelijker bleven geuren zich vastzetten: dennen en hars in Canada en de Verenigde Staten; heide, turf en natte aarde in Schotland; zwavel, mos en ijskoude lucht in IJsland; duinroos, vlier, zee en nat helmgras op Terschelling. Bosgrond en kruiden uit Duitsland; sparren, hooi en hars uit Roemenië; roos uit Bulgarije; mastiek, oregano, vijg en warme dennennaalden uit Griekenland. En Afrika: droge aarde, hout, rook, grassen en wilde planten in Botswana. Niet alles kwam letterlijk in een flesje mee naar huis. Sommige geuren bleven eerst in mijn neus en geheugen zitten en vonden pas veel later hun materiële equivalent in mijn verzameling. Een stuk echte amber dat ik veertig jaar geleden in Manali kocht ruikt nog altijd even indringend. Olie uit Marokko. Rue van een oude Arabier. Vriendinnen brachten amber, blauwe lotus en drakenbloed mee van verre reizen. Zo groeide ongemerkt een bibliotheek waarin plaatsen en tijden nog steeds aanwezig zijn. In Pondicherry vond ik adressen voor biologisch geteelde essences uit de wereld rond The Mother en de Sri Aurobindo Ashram; elders in India vond ik Ayurvedische specialisten in kruiden, harsen en kostbare grondstoffen. Mijn verzameling groeide verder met saffraan, sandelhout, oudh, hina en gulab, aarde-achtige mitti, benzoë, bijvoet, lotus, eikenmos, iris, labdanum, mirre, vetiver, tonka en vele andere essences — inmiddels meer dan honderdtachtig verschillende oliën, tincturen, absolutes, harsen en botanische materialen. Niet alles is parfum. Sommige stoffen zijn herinnering. Sommige ritueel. Sommige medicinaal van oorsprong. En sommige nog altijd een raadsel. 3. Leren ruiken, lezen en mengen Wat later ‘studie’ werd genoemd, was eigenlijk een ordening van iets dat al aanwezig was. Via Mellie Uyldert, kruidenboeken, reizen, markten, ateliers en laboratoria werd zichtbaar dat iedere substantie een kwaliteit draagt die correspondeert met een kracht. Warmte. Koelte. Uitbreiding. Contractie. Aantrekking. Afstoting. In Pondicherry kwam daar nog een andere manier van kijken bij. In het werk van The Mother kregen bloemen een spirituele betekenis vanuit hun eigen kleur, vorm, geur en kwaliteit. De bloem werd niet alleen benoemd, maar gelezen. Dat raakte voor mij aan de signatuurleer, waarin ik eveneens les kreeg: de gedachte dat een plant iets van haar aard en werking toont in haar vorm, kleur, groeiplaats, geur en gedrag. Die lijn bleef zich vertakken. Bij de Embassy of the Free Mind volgde ik een cursus waarin Jungiaanse en psychologische alchemie verbonden werden met de praktische plantenalchemie van de spagyriek: tincturen maken, planten verbranden, zuiveren en opnieuw samenbrengen. Niet alleen denken over transformatie, maar haar ook letterlijk uitvoeren in materie. Bij Adrie van der Ven kreeg ik les in Bachremedies. Medische astrologie voegde weer een andere laag toe: correspondenties tussen planeten, lichaam, temperament, kruiden en remedies. Recent verdiepte ik me daar opnieuw in via ISAR en tijdens UAC in Chicago bij Kira Sutherland, die medische astrologie verbindt met naturopathie, kruiden, voeding, bloemremedies en essentiële oliën. Hoe langer ik ermee bezig ben, hoe minder scherp de grenzen worden tussen parfum, plantengeneeskunde, astrologie, alchemie en ritueel. Niet omdat ze hetzelfde zijn, maar omdat ze telkens een verwante vraag stellen: wat draagt een plant, wat laat zij zien, en wat kan zij in beweging brengen? Mijn neus kreeg ondertussen ook praktisch onderwijs. Bij Fragonard maakte ik mijn eerste eigen parfum en kreeg mijn eerste parfumdiploma. In Amsterdam experimenteerde ik bij geurkunstenaar Frank Bloem in het Aroma Lab van Mediamatic. Ik volgde workshops en lessen, rook mij door nicheparfumerieën en laboratoria, bezocht het parfummuseum in Parijs en leerde het klassieke vocabulaire van top-, hart- en basisnoten steeds beter kennen. Ik nodigde Valentine Hulsman van House of Hulsman bij mij thuis uit om met vriendinnen geuren en oliën te blenden. Zij werkte al in de jaren negentig met Eddy de Clercq met geur in het nachtleven en behoorde tot de pioniers van het Aroma Jockey-concept. Later ontmoette ik meer geurkunstenaars en Aroma Jockeys die een publiek letterlijk door plaatsen, herinneringen en werelden lieten reizen door op het juiste moment geuren een ruimte in te sturen. Ik zag experimenteel theater waarin geur onderdeel werd van de dramaturgie en ontmoette geurkunstenaars uit heel Europa. Via Odeuropa werd die wereld opnieuw groter. Geur werd daar niet behandeld als iets bijkomstigs, maar als cultureel erfgoed. Onderzoekers zochten in eeuwen aan teksten, schilderijen en archieven naar verdwenen geuren en probeerden historische geurwerelden opnieuw toegankelijk te maken. Mijn boekenplanken vulden zich ondertussen met wetenschappelijke studies en chemische formules, aromatherapie, historische parfumerie, tincturen en zalven, destillatie en extractie, verhalen over parfumhuizen en geurverzamelaars uit de hele wereld. Ik fotografeerde honderden flesjes, laboratoria, parfumwinkels, bloemen, kruiden, destilleerderijen en grondstoffen en begon etiketten te ontwerpen voor mijn eigen formules. Langzaam ontstond thuis niet alleen een verzameling, maar een geurbibliotheek. 4. Van plant naar lichaam De plant bleef voor mij nooit alleen iets om aan te ruiken. Ik maakte kruidenthee en infusies, werkte met tincturen, zalven en oliën en verzamelde in de loop der jaren steeds meer basisoliën en Ayurvedische massageoliën — ieder met hun eigen textuur, geur, temperatuur en traditionele werking. Geur komt tenslotte niet alleen via de neus binnen. Ook de huid ruikt, neemt op en herinnert. Een olie kan dragen, verzachten, verwarmen of juist ruimte maken. Soms wordt een geur daardoor geen parfum meer, maar een lichamelijke ervaring. En er zijn momenten waarop ik zo volledig in een geur kan verdwijnen dat taal ophoudt. Niet omdat er niets meer te zeggen is, maar omdat ruiken sneller en dieper lijkt te gaan dan woorden. Je kunt over geur praten, haar analyseren en haar chemie bestuderen, maar op een bepaald moment moet je stil worden en ruiken. In mijn huidige laboratorium aan het Bachplein in Amsterdam experimenteer ik daar bijna dagelijks mee. Soms heel intuïtief, alsof mijn hand eerder weet welk flesje nodig is dan mijn hoofd. Dan weer op basis van alles wat ik heb geleerd over grondstoffen, astrologische correspondenties, planten, extractie, top-, hart- en basisnoten, medische astrologie en ritueel. Juist die afwisseling interesseert me: kennis en intuïtie hoeven elkaar niet uit te sluiten. 5. Astrologie van de materie Astrologie gaf daar niet zozeer betekenis aan, het gaf structuur aan een herkenning die er al was. De bewegingen van planeten zijn geen abstractie. Het zijn ritmes die zich herhalen in verschillende dichtheden van materie: in bot, in bloed, in geur. Wat in rituelen werd doorgegeven; het branden van hars, het zalven met olie, het baden in kruiden — kan ook worden gelezen als techniek. Een geur opent. Een geur sluit. Een geur kan een toestand veranderen. Doordat ik met radix, transits en progressies werk, begon ik tijd steeds minder als een rechte lijn te zien en meer als iets gelaagds. En geur beweegt wonderlijk gemakkelijk tussen die lagen. Eén molecuul kan een kamer openen die tientallen jaren gesloten was. Waarom zou geur dan alleen terug kunnen voeren naar wat geweest is? Zou je haar ook kunnen gebruiken om je af te stemmen op iets dat nog aan het ontstaan is? Bij Rahu en Ketu werd die gedachte voor mij bijzonder helder: astrologische krachten zonder fysiek lichaam, punten in de ruimte die toch overgang, richting en verandering kunnen markeren. Daarin herken ik iets van geur; eveneens onzichtbaar en vluchtig, maar in staat onmiddellijk een innerlijke deur te openen. Afgelopen winter reisde ik naar Kannauj, Noord India, een plaats waar geur geen luxe is, maar infrastructuur. Honderden werkplaatsen. Generaties die dezelfde handelingen herhalen. Destillatie als ritme. Ik liep door laboratoria waar geur werd ontleed en door tuinen waar zij opnieuw werd opgebouwd. Synthetisch en natuurlijk bleken geen eenvoudige tegenpolen, maar verschillende manieren om het vluchtige vast te houden. Ik ontmoette een verzamelaar, een juwelier van geur, met eikenmos, iris, cacao en harsen in hun ruwe staat. En ik zag de ovens. Open vuur. Zakken vol bloemen. Een eeuwenoud destillatieproces dat nooit verdwenen is. Maar die reis begon veel eerder. Op een boot op de Ganges, waar ik dagelijks naar de oever roeide om de astrologie van Noord-India te leren. Niet alleen als systeem, maar als kaart van bewustzijn, herhaling en tijd. Die studie is nooit gestopt. Astronomie en astrologie, plant en planeet, lichaam en landschap begonnen steeds meer delen van hetzelfde onderzoek te worden. 6. Met een nieuwe formule je eigen neus achterna Wat zich uiteindelijk vormde, zijn daarom voor mij niet zomaar parfums. Het zijn formules. Samenstellingen die corresponderen met specifieke momenten in de tijd, innerlijke toestanden en overgangen. Daar begint ook het persoonlijke werk van Sens de Futur. Eerst kijken we samen naar je radix, je huidige transits en progressies en naar de overgang waarin je je bevindt. Daarna nodig ik je uit in mijn laboratorium aan het Bachplein in Amsterdam. Tussen de oliën, harsen, tincturen, bloemen en essences werken we in stilte aan een formule die bij dat moment hoort. Soms intuïtief, soms heel precies op basis van correspondenties, soms door eenvoudigweg opnieuw te ruiken tot duidelijk wordt wat wel en niet thuishoort in de compositie. Niet door één planeet eenvoudigweg aan één geur te koppelen, maar door te luisteren, te ruiken, te vergelijken en te laten ontstaan. Daaruit wil ik voor jou een unieke, persoonlijke en een beetje magische formule maken. Niet als voorspelling en ook niet als parfum dat alleen maar ‘lekker’ moet zijn, maar als een geurige rite de passage: een samenstelling waarmee je een overgang kunt markeren, dragen en bewaren. Een formule die een moment in je leven vereeuwigt en tegelijkertijd vooruitwijst naar iets dat nog geen vaste vorm heeft. Sens de Futur is geen naam. Het is een doorgang. Een instrument om een moment niet alleen te begrijpen, maar te ruiken. Om je huidige beweging in geur vast te leggen en haar vervolgens met je mee te dragen. Je eigen neus achterna. Want soms verschijnt de toekomst eerst als geur.
0 Opmerkingen
Laat een antwoord achter. |
Jeanette GroenendaalStardust Nieuws! Archives
Oktober 2026
Categories
Alles
|
RSS-feed